1 Het hemelgewelf draait rond de aarde.
2 De zon komt op en gaat onder.

3 Slechts in het bovenmaanse (dat wil zeggen in het heelal, dat zich boven de maan bevindt) vindt men eeuwige regelmaat, terwijl hier in het ondermaanse verval, bederf en chaos heerst.
4 Het heelal is een eindige, ronde koepel.
5 Alles wat beweegt, houdt hier uiteindelijk ook mee op, tenzij er een constante kracht aan toegevoegd wordt. De enige uitzondering hierop is de eeuwige, cirkelvormige bewegingen van de hemelkoepel en de planeten.
6 Kleuren, geuren, geluiden en tactiele zintuigervaringen hebben een reëel, fysisch bestaan.
7 De hele kosmos, het planetenstelsel, de aarde, het planten-en dierenrijk hebben hun plaats, hun functie en waarde. Ze staan in dienst van de mens. Niet alleen de aarde staat in het middelpunt van de kosmos (geocentrisme), maar ook de mens (anthropocentrisme).
De nieuwe fysica maakt hier een eind aan en schept een onoverbrugbare kloof tussen onze directe ervaring en de door haar geponeerde werkelijkheid.
Galilei is een van de eersten en belangrijksten in een rij van fysici en wiskundigen die zich verzet hebben tegen de aristotelische common sense- fysica. Dit verzet heeft geleid tot fundamentele verschuivingen in onze opvattingen over de wereld. (...)
'Ik kan niet genoeg mijn bewondering uiten over degenen die de copernicaanse theorie waar achten en die door de levendigheid van hun oordelen in staat waren hun eigen zintuigen geweld aan te doen. Er is geen grens aan mijn bewondering voor het feit dat de geesten van Aritarchus en Copernicus in staat waren hun zintuigen geweld aan te doen.' (Galilei)
De Vries, R., 'Geschiedenis van de vroeg-moderne wetenschappen', Wetenschapsleer (Heerlen 1995)
Afbeelding www.ateismo.net
No comments:
Post a Comment