Er zijn vele soorten liefde. Misschien is dit mijn oudste. Zij is het zwijgen dat mij bijeenhoudt, de veilige rand waarin ik kan thuiskomen. Misschien is zij mijn moeder, zoals ze ook de moeder van mijn kinderen is en van mijn kleinkinderen. Een mens moet die donkere kring rond zich voelen, een adem naast zich in de nacht. Daarom kan ik haar nooit verlaten, want dan ga ik dood. Zo nuchter ben ik wel dat ik dat begrijp.
Maar daarbinnen heb ik vele levens, een hart met veel kamer, handen met veel vingers, een hoofd met zo ongelofelijk veel lieve woorden, woorden die levens kunnen redden, dat weet ik. Weet zij dat? Misschien. We spreken er niet over.
Misschien dat ik, een oude man wordend, meer dan vroeger wen aan de rand en meer lef krijg, of minder duizelig word, dat is hetzelfde. misschien dat ik, een oude man wordend, meer wil spelen. Hoeveel jaar heb ik nog te leven?
De vrouw in mij heeft zovele gezichten, waar ik dagen-en nachtenlang naar heb gekeken. Als ik er één ontmoet, mag ik haar niet verliezen. Ik zal haar aanspreken, of liever nog schrijven, een kaartje met de mooiste woorden die ik al die jaren heb geoefend. Ze zal de rimpels van mijn gezicht een voor een aflopen met haar vinger, en ze een naam geven, of op z'n minst een geschiedenis. En ze zal gierig zijn naar al het nieuws dat ik haar vertel. Ze zal in mijn lippen kijken, over de rand, tot ik helemaal koortsig word van het andere leven dat ik in mij ontdek. Er zijn vele soorten levens, weet je, ook in een mensenleven.
Carmiggelt
Uit: Autobiografie van een ziel, Guido Van Hercke
No comments:
Post a Comment