De rampzalige gedachte dat er bepaalde stijlregels bestaan is al heel oud. Men meende al heel lang geleden dat het mogelijk was een aantal regels te geven om goed te schrijven, of anders gezegd men meende dat het mogelijk was goed te schrijven, als men regels volgde. Een van de manieren om aan zulke regels te komen was in het werk van gerenommeerde kunstenaars bepaalde kunstgrepen op te sporen en dan die kunstgrepen weer aan anderen aan te bevelen.
Een van die kunstgrepen is het aanduiden vandezelfde zaak met andere woorden. Je kunt dat op zodanige wijze doen dat de lezer het niet merkt. Het gedicht 'Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn?' ken ik al van mijn vijftiende jaar, of misschien al langer. Maar pas enkele dagen geleden merkte ik dat de oude Goethe me te slim af was geweest was. 'Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?' vraagt hij. Prachtige vraag. En het antwoord doet me altijd de rillingen over de rug lopen: 'Das Maultier sucht im Nebel seinen Weg'. Die rillingen hebben mij al die jaren verhinderd om te zien dat Goethe in de eerste regel 'wolk' en 'steeg' en in de tweede regel 'nevel' en 'weg' gebruikt -zonder dat je het merkt dat hij eigenlijk twee keer hetzelfde zegt.
Als de lezer echter in de gaten krijgt dat je een synoniem gebruikt met de platte bedoeling een herhaling te vermijden, dan ben je de sigaar. Merkt hij dat je met opzet niet twee keer 'ging', maar een keer 'begaf zich' hebt gebruikt, dan begint hij te vermoeden dat je een stylist, een literator bent, en dus als de pest gemeden moet worden. Hij moet de indruk blijven houden dat je gewoon iets vertelt, dat het opschrijven van dat stuk niet meer dan twintig minuten heeft gekost, gevolgd door nog eens een minuut of tien voor het veranderen van d's in dt's en ei's in ij's.
Maar je kunt het ook nog anders doen en de lezer het gebruik van zo'n synoniem juist laten merken en wel op op zodanige wijze dat die lezer daar aardigheid in heeft. Stalin bijvoorbeeld had in zijn tijd allerlei titels waarmee zijn gatlikkers hem aanduidden: grootste genie der mensheid, grote leider der volkeren, grondlegger van het marxisme-leninisme, grote voortzetter van de zaak van Marx en Lenin, diepe denker, groot linguïst, geniaal stylist, beste vriend van alle schoolkinderen, grote leermeester van alle studenten en nog veel meer. In de Eerste Cirkel komt een beroemd stuk voor waarin Stalin zelf optreedt en waarin verteld wordt dat Stalin opdracht heeft gegeven om die vuile fascist en verrader Tito uit de weg te ruimen. Een van de overwogen methodes was het opblazen van Tito's jacht. Dat daarbij een stel onschuldige matrozen om zouden komen, was iets, zegt Solzjenitsyn, waar de beste vriend der zeelieden niet zwaar aan tilde.
De grote moeilijkheid met al die voorschriften is deze: de bedoeling van het schrijven is dat je de mensen niet verveelt. Een van de dingen waar je mensen mee kunt vervelen is herhaling. Maar herhaling is tegelijk ook iets waar je mensen mee kunt vermaken. Op zichzelf is herhaling iets 'neutraals', zoals chiaroscuro of ritardando of salto mortale of flashback of happy ending of alliteratie of dorische zuilen. Je kunt ze gebruiken, maar dat garandeert niet dat wat je maakt goed is. (...)
Aan het eind van het achtste boek van de Ilias worden de vuren ter sprake gebracht van de Grieken in de vlakte van Troje. Zoveel als de sterren aan de hemel, zoveel vuren zag je. Duizend vuren brandden op de vlakte, en bij elk vuur zat vijftig man. Als daar niet steeds vuur, vuur, vuur had gestaan was die passage minder indrukwekkend geworden.
Een van die kunstgrepen is het aanduiden vandezelfde zaak met andere woorden. Je kunt dat op zodanige wijze doen dat de lezer het niet merkt. Het gedicht 'Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn?' ken ik al van mijn vijftiende jaar, of misschien al langer. Maar pas enkele dagen geleden merkte ik dat de oude Goethe me te slim af was geweest was. 'Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?' vraagt hij. Prachtige vraag. En het antwoord doet me altijd de rillingen over de rug lopen: 'Das Maultier sucht im Nebel seinen Weg'. Die rillingen hebben mij al die jaren verhinderd om te zien dat Goethe in de eerste regel 'wolk' en 'steeg' en in de tweede regel 'nevel' en 'weg' gebruikt -zonder dat je het merkt dat hij eigenlijk twee keer hetzelfde zegt.
Als de lezer echter in de gaten krijgt dat je een synoniem gebruikt met de platte bedoeling een herhaling te vermijden, dan ben je de sigaar. Merkt hij dat je met opzet niet twee keer 'ging', maar een keer 'begaf zich' hebt gebruikt, dan begint hij te vermoeden dat je een stylist, een literator bent, en dus als de pest gemeden moet worden. Hij moet de indruk blijven houden dat je gewoon iets vertelt, dat het opschrijven van dat stuk niet meer dan twintig minuten heeft gekost, gevolgd door nog eens een minuut of tien voor het veranderen van d's in dt's en ei's in ij's.
Maar je kunt het ook nog anders doen en de lezer het gebruik van zo'n synoniem juist laten merken en wel op op zodanige wijze dat die lezer daar aardigheid in heeft. Stalin bijvoorbeeld had in zijn tijd allerlei titels waarmee zijn gatlikkers hem aanduidden: grootste genie der mensheid, grote leider der volkeren, grondlegger van het marxisme-leninisme, grote voortzetter van de zaak van Marx en Lenin, diepe denker, groot linguïst, geniaal stylist, beste vriend van alle schoolkinderen, grote leermeester van alle studenten en nog veel meer. In de Eerste Cirkel komt een beroemd stuk voor waarin Stalin zelf optreedt en waarin verteld wordt dat Stalin opdracht heeft gegeven om die vuile fascist en verrader Tito uit de weg te ruimen. Een van de overwogen methodes was het opblazen van Tito's jacht. Dat daarbij een stel onschuldige matrozen om zouden komen, was iets, zegt Solzjenitsyn, waar de beste vriend der zeelieden niet zwaar aan tilde.
De grote moeilijkheid met al die voorschriften is deze: de bedoeling van het schrijven is dat je de mensen niet verveelt. Een van de dingen waar je mensen mee kunt vervelen is herhaling. Maar herhaling is tegelijk ook iets waar je mensen mee kunt vermaken. Op zichzelf is herhaling iets 'neutraals', zoals chiaroscuro of ritardando of salto mortale of flashback of happy ending of alliteratie of dorische zuilen. Je kunt ze gebruiken, maar dat garandeert niet dat wat je maakt goed is. (...)
Aan het eind van het achtste boek van de Ilias worden de vuren ter sprake gebracht van de Grieken in de vlakte van Troje. Zoveel als de sterren aan de hemel, zoveel vuren zag je. Duizend vuren brandden op de vlakte, en bij elk vuur zat vijftig man. Als daar niet steeds vuur, vuur, vuur had gestaan was die passage minder indrukwekkend geworden.
Karel van het Reve, uit de bundel Uren met Henk Broekhuis
Arbeiderspers, Amsterdam
No comments:
Post a Comment